Ontstaan Willemskwartier

Geplaatst op: 19 oktober 2015, laatste aanpassing: 20 april 2018

Voorgeschiedenis Willemskwartier


Willemskwartier in 1935

 

Geologie

 

Nijmegen ligt aan de rand van een hooggelegen stuwwal. Het vormde onderdeel van een reeks stuwwallen die zich tot dicht bij Krefeld uitstrekte en gevormd werden in de voorlaatste ijstijd, het Saalien (370.000 tot 130.000 jaar geleden). In deze periode drong het landijs ver naar het zuiden door. Het gebied ter plaatse van het huidige Nijmegen lag tussen twee gletsjertongen. Vanuit het dikke landijspakket trad een snelle uitvloeiing op in de gletsjertongen, waarbij de ondergrond geërodeerd werd, en waarbij de randen van de bekkens werden opgedrukt tot stuwwallen.

 

Bij het afsmelten van het landijs stroomde het smeltwater over de laagste plaatsen van de stuwwallen heen en nam veel materiaal met zich mee. Op deze wijze ontstonden licht hellende, waaiervormige vlaktes (sandrs genoemd) langs de westzijde van de stuwwal van Nijmegen. Het Willemskwartier ligt binnen zo’n sandr. Tijdens de laatste ijstijd (115.000 – 10.000 jaren geleden) werden met westelijke en noordwestelijke winden grote hoeveelheden zand verplaatst en elders weer afgezet.

 

Geschiedenis Nijmegen en de 19e eeuwse uitbreidingen

 

Nijmegen kent een lange en rijke bewoningsgeschiedenis die teruggaat tot de steentijd, maar is voornamelijk bekend om haar rijke Romeinse verleden. Vanwege de strategische ligging op een hooggelegen stuwwal, direct aan de Waal en nabij de Rijn en Maas, was Nijmegen van oudsher een aantrekkelijk woongebied.

Er zijn meerdere bewoningssporen bekend uit de steentijd, zoals onder meer grafheuvels uit het neolithicum (circa 2.500 v. Chr.). Deze werden gevonden op de Hunnerberg langs de Waal. Op het iets oostelijker gelegen Kops Plateau en op het Valkhof in de binnenstad zijn ook bewoningssporen uit de bronstijd (2000 - 800 v. Chr.) aangetroffen. Ook in de Waal zijn bij baggerwerkzaamheden meerdere bronzen zwaarden en andere metaalvondsten gevonden. Vermoedelijk werden ze als offer in de rivier gegooid. Vanaf de midden-ijzertijd (circa 800 v. Chr.) werden akkers en nederzettingen op het Kops Plateau en de benedenstad aangelegd.

 

Kort voor het begin van onze jaartelling vestigden Romeinse troepen zich in het gebied rond het huidige Nijmegen toen de troepen onder leiding van Caesar de gebieden ten zuiden van de Rijn bereikten. Rond dezelfde periode kwamen onder Romeinse supervisie mensen het oostelijke deel van Nederland binnen en mengden zich met de overgebleven inheemse bevolking. Uit deze inmenging ontstonden de Bataven, die in dezelfde periode ook een zeker bondgenootschap met de Romeinen sloten en aan het werk gingen in het Romeinse leger. De eerste benaming voor Nijmegen is dan ook het op onder meer het Valkhof gelegen nederzetting Oppidum Batavorum.

In het jaar 105 gaf Keizer Trajanus gaf de nederzetting, waar Romeinse veteranen, Bataven, Galliërs en handelaren woonden, speciale rechten: een municipium, een 'stad' met beperkt Romeins brugerrecht, zelfstandig bestuur en marktrecht. Op deze wijze ontstond Ulpia Noviomagus Batavorum.

 

Tot circa 270 heeft de stad en legerplaats in betrekkelijke welvaart en rust bestaan. Vanaf die periode braken Germaanse troepen door de rijksgrens (limes) bij Nijmegen en verviel de legerplaats. Begin 5e eeuw markeerde het definitieve einde van Romeins Nijmegen toen de Franken de macht verkregen. Vanaf die tijd zijn slechts enkele gegevens of archeologische vondsten bekend, zoals Merovingische aardewerkvondsten in het westelijke deel van de benedenstad. Vermoedelijk heeft in deze periode ter plaatse van het Valkhof nog een nederzetting van zeker belang gelegen. Tijdens de Karolingische periode groeide de nederzetting in omvang en stond het bekend onder de naam Numaga. Op het Valkhof werd een palts (residentie) van keizer Karel de Grote (768-814) gebouwd dat in de middeleeuwen uitgroeide tot een imposante burcht met een grote woontoren (donjon). In de 13e eeuw werd Nijmegen een Gelderse stad en kende het eeuwenlang een grote bloei. Het burchtcomplex zou tot eind 18e eeuw op het Valkhof blijven bestaan.  

 

De stadsontwikkeling buiten de oude binnenstad

Nijmegen was tot in de 19e eeuw een vestingstad gebleven. In 1874 werd als gevolg van de groei van de bevolking besloten tot de sloop van de stadsmuren. In dat jaar werd de Vestingwet aangenomen en verloor Nijmegen haar status van vestingstad. Daardoor kon de stad eindelijk in omvang kunnen groeien. Vanaf die tijd zou Nijmegen ook een grote groei kennen. De eerste stadsuitbreidingen vonden plaats op de zandgronden ten zuiden en ten oosten van de oude stad. Aan de oude uitvalswegen zoals de Graafseweg en de St. Annastraat en aan de nieuw aangelegde singels werden herenhuizen en particuliere villa’s gebouwd. Na de Tweede Wereldoorlog bleef de stad groeien. Oude dorpen zoals Neerbosch, Hatert, Hees en Dukenburg werden bij de stad betrokken en volgebouwd.

 

Grondgebruik vóór het ontstaan van het Willemskwartier

 

De aanleg van de buurt Willemskwartier begon met de aanleg van de Willemsweg rond 1900. Tot die tijd bevond zich nog nauwelijks bebouwing op het grondgebied van de latere buurt. Het gebied stond bekend als het Nije Veld of Nijeveld en was onder andere in gebruik als akkerland en weiland.

 

Het Nije Veld


Bouwvakkers bij hun loods, 1925

Het Willemskwartier is een buurt die net als de Landbouwbuurt en Muntenbuurt nu onderdeel is van de wijk Nije Veld. Het woord ‘veld’ verwijst naar een stuk grond dat in gebruik was als akkerland of weiland. De naam Nije Veld heeft daarmee de betekenis van ‘nieuwe veld’. Dit impliceert dat er ook een ‘oud’ veld heeft bestaan. Het is niet duidelijk op welk gebied dit ‘oude veld’ betrekking heeft. In de late middeleeuwen werd het gebied ook het Hoge Veld genoemd als onderdeel van de velden behorende tot Hatert.

Waarschijnlijk is het Nijeveld in de late middeleeuwen in cultuur gebracht. Tot die tijd heeft het uit heidegronden bestaan. Het gebied was onderdeel van het Rijk van Nijmegen en in bezit van het Schependom die ook zorg droegen voor de rechtspraak. Het schependom was een bij een stad behorend gebied en bestond uit de toenmalige dorpen Hees, Neerbos en Hatert. De stad had rechten om binnen dit grondgebied hout te kappen en vee te laten grazen. In het jaar 1550 was al sprake van “op 't Nije velt”. Hiermee werd toen het gebied tussen de Graafseweg en de Mauwickschestraat, de latere Driehuizerweg en Heyendaalseweg, bedoeld. Later werd deze opgesplitst in enerzijds het Galgenveld (het gebied tussen de St. Annastraat en de Heyendaalseweg) en anderzijds het huidige Nije Veld (tussen de Graafseweg en St. Annastraat).

 

Volgens de gegevens op de Bodemkaart van Nederland bestaat de ondergrond van het Willemskwartier oorspronkelijk uit zogenaamde holtpodzolgronden. Dit zijn oude cultuurgronden met een opgebracht plaggendek afkomstig van materiaal uit potstallen. Deze plaggendekken zijn ontstaan, doordat vanaf circa de 14e en 15e eeuw op grote schaal het systeem van potstalbemesting werd toegepast door de landbouwers. Plaggen werden met mest van het vee vermengd en op de akkers uitgespreid om de bodem vruchtbaarder te maken.

 

Op de akker-/bouwlanden werden gewassen zoals koren (graan) en boekweit en later aardappelen geteelt. De velden werden doorsneden door oude uitvalswegen (Graafseweg, St. Annastraat) vanuit de stadskern naar andere dorpen en steden. Tussen de akkers liepen ook smalle, soms kronkelige zandpaden naar nabijgelegen locaties zoals Hees, de Wolfskuil of liepen door tot in de heidegebieden als de Hatertse hei of de Mookerheide. Deze heidegebieden waren tot het begin van de 19e eeuw aanzienlijker groter in omvang en begonnen al ter hoogte van de Goffert. 

 

Grondgebruik vóór het ontstaan van het Willemskwartier

 

De ontwikkeling van de buurt Willemskwartier begon met de aanleg van de Willemsweg rond 1900. Tot die tijd bevond zich nog nauwelijks bebouwing op het grondgebied van de latere buurt. Het gebied stond bekend als het Nije Veld en was in gebruik als akkerland en weiland.

Nijmegen en omstreken in de late 18e eeuw. De rode cirkel geeft globaal de ligging van het latere Willemskwartier aan. De Graafseweg, St. Annastraat en de Groenestraat zijn dan al bestaande straten. Direct ten noordoosten hiervan is de oude binnenstad van Nijmegen te zien met haar vestingwerken ter verdediging. Onderaan de afbeelding zie je al het begin van de heidegebieden (Bron: Hottinger Atlas van Noord- en Oost-Nederland 1773-1794).

 


Nijmegen en omstreken op de Tranchotkaart uit 1802. De rode cirkel geeft globaal de ligging van het latere Willemskwartier aan. De naam “Nieuw Veldt” staat aangegeven voor het gebied dat dan nog in agrarisch gebruik is. Ook te zien zijn andere akkerlandzones zoals het Galgenveld en de Hazenkamp, waar later de gelijknamige wijken zijn gebouwd. De kleine streepjes in de velden geven aan dat er sprake was van hoogteverschillen in het gebied (Bron: Landesvermessungsamt NRW, Kartenaufnahme der Rheinlande).

 

 

Landweer

Op oude historische kaarten staat een landweer aangegeven, grofweg op de locatie waar nu de Thijmstraat loopt. Een landweer is een lijnvormige aarden wal, vaak begroeid, die als verdediging diende. Meestal werden dergelijken verdedigingswerken in de 14e en 15e eeuw aangelegd. Deze landweer liep vanaf ongeveer Ubbergen via Hengstdal en de Postweg door in zuidwestelijke richting, doorkruiste het hele Willemskwartier ter hoogte van de Thijmstraat en liep verder door voorbij de Graafseweg via Hees tot Neerbosch of mogelijk nog verder. Mogelijk geven de hoogteverschillen (aangegeven met de kleine lijntjes) op de Tranchotkaart uit 1802 de locatie weer van deze landweer. Deze hoogteverschillen zijn geheel verdwenen met de bouw van de wijk en zijn ook niet meer als zodanig herkenbaar in het straatbeeld.

Deze reconstructie geeft de situatie weer van Nijmegen en omgeving in de 15e eeuw. Duidelijk is de landweer te zien die ter hoogte van de huidigeThijmstraat loopt (Bron: F. Gorissen, Stede-Atlas van Nijmegen, 1956).

 

Straten en wegen

 

Graafseweg

De Graafseweg is van oudsher een uitvalsweg vanuit de historische stadskern van Nijmegen naar Grave. In 1774 stond de weg bekend onder de naam Sint Anthonis Allee. Deze naam was afkomstig van de Sint Antonis of de Sint Teunismolen die aan deze weg lag ter plaatse van de huidige flat Novio Merkus aan de Mulderweg (bij de kruising met de Neerbosscheweg). Deze standerdmolen werd in 1520 gebouwd, maar raakte in latere eeuwen in verval en werd in 1929 gesloopt.

In 1880 stond de Graafseweg bekend als de Graafschestraat en in 1904 kreeg de weg haar huidige naam.

 

St. Annastraat en de St. Annakapel

De St. Annastraat was net als de Graafseweg een van de voornaamste uitvalswegen vanuit de stads Nijmegen. De St. Annastraat liep in zuidelijke richting Malden, Mook en verder tot naar Gennep. De naam is afkomstig van de St. Annakapel die vroeger aan het kruispunt met de Groenestraat - Groenewoudseweg lag en gewijd was aan de Heilige Sint Anna. Het is niet duidelijk hoe oud deze kapel was. Vermoedelijk werd deze eind 15 eeuw of in de 16e eeuw gebouwd. In een oorkonde uit 1507 is sprake van 'land te Nijebosch, op den hoek van de Groenestege en de Mouwixsche straet', maar wordt geen melding gemaakt van de kapel. In 1542 is sprake van een ‘St. Annencapell, op die heye’. Het heidegebied begon in deze periode inderdaad al bij deze kruising. Kapellen lagen vaak aan een kruispunt van wegen en/of locaties waar ontginningen eindigden en de woeste gronden (heidegebieden) begonnen. In 1598 werd de kapel gesloopt en een halve eeuw later werd het verloop van de St. Annastraat verbeterd en verlegd. Het kruispunt was hooggelegen en daarmee een belangrijk oriëntatiepunt. Aan het kruispunt ontstond later een gehucht, zichtbaar op de 18e en 19e eeuwse kaarten.

 

Groenestraat en de H. Antoniuskerk   

De Groenestraat bestaat al meerdere eeuwen en vormde de verbindingsweg tussen het café Groenewoud (sinds de 18e eeuw al een herberg) op de hoek Postweg en Groensbeekseweg, het voormalige gehucht St. Anna en de Sint Antonismolen aan de Graafseweg. Afgezien van de H. Antoniuskerk (gebouwd in 1909-1910), bestond er nog weinig bebouwing in het gebied. De bouw van de nieuwe woonbuurten aan weerszijden van de Groenestraat begon vanaf de jaren twintig van de 20e eeuw. Deze bestonden voornamelijk uit middenstandswoningen.

Ansichtkaart uit 1925


In de jaren 20 en 30 van de 20e eeuw werd het Goffertpark aangelegd.

Aanleg De Goffert, 1937


Van oudsher stond hier de 17e eeuwse boerderij De Goffert.

 

 

Graafseweg

De Graafseweg is van oudsher een uitvalsweg vanuit de historische stadskern van Nijmegen naar Grave. In 1774 stond de weg bekend onder de naam Sint Anthonis Allee. Deze naam was afkomstig van de Sint Antonis of de Sint Teunismolen die aan deze weg lag ter plaatse van de huidige flat Novio Merkus aan de Mulderweg (bij de kruising met de Neerbosscheweg). Deze standerdmolen werd in 1520 gebouwd, maar raakte in latere eeuwen in verval en werd in 1929 gesloopt.

In 1880 stond de Graafseweg bekend als de Graafschestraat en in 1904 kreeg de weg haar huidige naam.

 

Beltweg (Tollensstraat)

Tot 1929 stond de Tollensstraat bekend als de Beltweg. De naam verwees naar de gemeentelijke vuilnisbelt “De Belt” die vroeger aan deze weg lag. Hier bevond zich een mestbergplaats met beerputten en een ontsmettingsgebouw. De vuilnis van de stad werd hier verwerkt tot mest voor de landbouw of werd doorverkocht aan handelaren. Het terrein lag ongeveer ter hoogte van de huidige Schonckstraat.

In 1922 werd de belt verplaatst naar de Graafseweg na klachten van stankoverlast van de bewoners van het dan nog jonge buurt. Het gedeelte langs de spoorlijn ging vanaf dan onder de naam Tollensstraat verder en het deel tot aan de St. Annastraat (en verder tot aan de Willemsweg) werd voortaan vde Thijmstraat genoemd.

 

Willemsweg

Zoals eerder al werd opgemerkt werd de Willemsweg tussen 1902 en 1904 aangelegd en in 1904 kreeg deze weg haar huidige naam. De naam Willemsweg (en dus ook van het Willemskwartier) is afkomstig van prins Willem V (1748-1806), de laatste bewoner van de burcht die ooit op het Valkhof stond. De Willemsweg ligt als een centrale ader in het Willemskwartier en verbond de Graafseweg in het noorden met de Groenestraat in het zuiden.

In het noordelijke deel van de Willemsweg werden in de jaren 10 van de 20e eeuw de eerste huizen gebouwd. Het gaat hier om de huidige herenhuizen. Het waren dezelfde karakteristieke herenhuizen die ook langs de singels, Graafseweg, St. Annastraat en in onder andere Bottendaal, Galgenveld en Nijmegen-Oost werden gebouwd na de sloop van de oude stadsmuren van de binnenstad. In de periode 1917-1925 werden ook arbeiderswoningen gebouwd op het grondgebied achter en aan het verlengde van de Willemsweg. De bouw van de buurt was in handen van Woningvereniging “Nijmegen”.  Aan de straten werden namen gegeven van bekende dichters zoals Jan Jakob Lodewijk ten Kate, Jacob van Maerlant, Isaäc da Costa en Jacob Cats. Zo ontstond de Dichtersbuurt, het latere Willemskwartier. 

De Willemsweg in 1915, gezien vanuit de Graafseweg. Aan de linkerzijde vooraan ligt de Tollensstraat. Verderop in de straat is te zien dat er nog geen bebouwing aanwezig is (Bron: Regionaal Archief Nijmegen).

 

 

met dank aan Dion Hagens
en Regionaal Archief Nijmegen